Historie

Het leven van Marius Tonckens (1865-1957)

Marius Tonckens werd geboren op 5 november 1865 te Hoogeveen. Hij was de jongste van vijf zonen van Mr. Joachimus Lunsingh Tonckens en Johanna Hillegonda van Sonsbeeck. Kerkelijk gezien was de familie Tonckens de moderne richting toegedaan. Toen na 1870, door de invoering van een nieuw kiessysteem voor de kerkenraad de vrijzinnige elite de macht in de kerk moest laten aan de orthodoxe meerderheid, richtten de vrijzinnigen in Hoogeveen een afdeling van de Nederlandse Protestantenbond op. Notaris Tonckens was een der bestuursleden. Later gingen ze over naar de Remonstrantse gemeente, de niet-confessionelen oftewel de liberalen. Deze richtingenstrijd heeft ongetwijfeld de denkwereld van de kinderen Tonckens beïnvloed.

Marius volgde de lagere school bij meester van der Leest aan de Kerkstraat. Hoeveel jaar hij daar les heeft gehad, is niet te achterhalen. In 1881 deed Marius toelatingsexamen voor de in dat jaar geopende driejarige Rijks HBS in Meppel. Hier volgde Marius vier jaren onderwijs. Hierna is Marius enkele jaren buiten beeld geweest, maar in het Hoogeveense bevolkingsregister kwam wel naar voren dat hij in 1887 is vertrokken naar de gemeente Weststellingwerf. Later dat jaar werd Marius aangesteld als volontair op de secretarie van de gemeente Meppel. Hier volgende hij een opleiding in de gemeenteadministratie. Hij verbleef uiteindelijk elf jaar in deze functie. Hij woonde in die periode in Meppel in hotel-café-restaurant Voorthuis aan de Grote Kerkstraat.

In zijn vrije tijd vertoefde Marius graag in café Hoogenkamp in De Wijk, waar hij menigmaal de bloemetjes buiten zette. Het doel van de volontairsplaats was het verkrijgen van een grondige opleiding om vervolgens te kunnen solliciteren naar een vacante burgemeestersplaats. Die kans deed zich voor in juni 1898 toen burgemeester Engelenburg van Zuidwolde plotseling kwam te overlijden. Het was niet zijn eerste sollicitatie, het was er wel eentje waarvan de gevolgen tot op de huidige dag in Zuidwolde merkbaar zijn.

HCR Voorthuis

De beste burgemeester van Zuidwolde

‘Zuidwolde. Woensdagmorgen trokken tal van jongelieden te paard uit om den nieuwen Burgemeester, den heer M. Tonckens, van de grens der gemeente Hoogeveen in te halen. Tegen elf uur naderde de stoet het gemeentehuis, waarvoor een eereboog was opgericht, waarop met grote letters het welkom prijkte. Op den weg hadden de heeren J. Robaard en J. Klouwen al hunne wenschen uitgesproken, in het gemeentehuis deed dit de oudste wethouder, de heer J.J. Brouwer, terwijl de eerewacht, waarbij de marechaussées van Hoogeveen, de politie alhier, en enkele jongelieden per fiets zich hadden aangesloten, een optocht hielden door het dorp. Intusschen werd de nieuwe burgemeester door den raad benoemd tot secretaris en tot ambtenaar van den Burgelijken Stand.
De heer Tonckens dankte voor de onderscheiding en voor de eer, hem dezen dag bewezen. Zelden werd iemand benoemd, die meer de algemeen gewilde man was, dan de heer Tonckens te Zuidwolde. Zijn komst maakte den 17 Augustus tot een algemeenen feestdag.’

In bovenstaande bewoordingen uitte de Meppeler Courant zich bij het aantreden van Marius Tonckens als burgemeester van Zuidwolde. De verwachtingen waren hooggespannen en Tonckens zou deze niet beschamen. Johannes Albert Uilenberg, de enige ambtenaar ten tijde van het aantreden van Marius Tonckens en gedurende de hele ambtsperiode van Tonckens werkzaam op de secretarie, gewaagde in zijn afscheidstoespraak tot de burgemeester wel van een aantal aanvangsmoeilijkheden, maar stelde ook dat Marius Tonckens zijn belofte, gedaan bij zijn installatie, namelijk alles te zullen doen wat in zijn vermogen lag tot heil der gemeente, volledig gestand had gedaan. Tonckens was de rechte man op de rechte plaats, die in zijn 36-jarig burgemeesterschap de gemeente met reuzenschreden vooruit had doen gaan.

Het burgemeestersambt werd door Marius Tonckens niet beschouwd als een baantje dat slechts enkele uurtjes werk per week kostte. Als hij aan zijn administratieve verplichtingen had voldaan, trok hij, aanvankelijk te paard, later met zijn auto, de gemeente in. Een gemeente die hij op zijn duimpje kende. Er was bij wijze van spreken geen vierkante meter grond in de gemeente, waar Tonckens niet was geweest. Elke wijk, elk binnenweggetje, gebouwtje of sloot kende hij. Als raadsleden in een raadsvergadering wezen op de noodzaak ergens in de gemeente bepaalde verbeteringen aan te brengen, de burgemeester was altijd al op de hoogte en kon aangeven wanneer en hoe die verbeteringen plaats zouden kunnen vinden. Daarbij lette Tonckens wel op de centen. Zuinig omgaan met gemeenschapsgelden, maar geen verkeerde zuinigheid. Onderhoud van wegen en gemeentegebouwen, de leermiddelen van de scholen moesten goed in orde zijn. Tekenend is dat de gemeenterekening eens aan reiskosten van het gemeentebestuur en de ambtenaren over een heel jaar het luttele bedrag van vijf gulden en enkele centen vermeldde. Van langdurige vergaderingen met langdradige betogen moest burgemeester Tonckens niets hebben. Toen op de raadsvergadering de aanschaf van een motorbrandspuit stond, was binnen vijf minuten de zaak beklonken. Via een goede voorbereiding voorafgaand aan de openbare behandeling zorgde Tonckens voor een snelle afhandeling van de agendapunten. Als de raadsvergadering om tien uur ’s morgens begon, moest het om een uur of twaalf afgelopen zijn . Vaak was dan het parool van de burgemeester: “Nu niet te veel uitweiden, heeren, de verslaggevers verlangen ook naar den middag.”

Was een raadslid naar de mening van de burgemeester toch wat te breedsprakig, dan begon hij vervaarlijk over zijn lorgnet te kijken en onrustig op zijn stoel heen en weer te schuiven. Hij kon dan zijn voorhoofd fronsen en er was ‘onweer’ op til.

Marius Tonckens tijdens zijn aanstelling als burgemeester

Beëdiging

Zilveren jubileium

Tonckens was een burgemeester die zich niet gemakkelijk aan de kant liet zetten. Hij straalde het burgemeesterschap als het ware uit. Marius wilde als burgemeester, zich bewust van zijn rechten als zodanig, erkend worden. Dat werd des te gemakkelijker geaccepteerd omdat men Tonckens er niet op kon betrappen de verplichtingen die aan het burgemeesterschap verbonden waren, te verzaken. Bovendien zette hij zich voortdurend in voor een grotere sociale rechtvaardigheid. In de jaren twintig bevorderde Tonckens de gesubsidieerde werkverschaffing. Op zijn initiatief verstrekte de gemeente een garantie voor de bouwkosten van eenvoudige landarbeidersplaatsjes. Voor honderd gulden konden landarbeiders enkele hectares woeste grond ter ontginning aankopen en hiermee een eigen boerenbedrijf te stichten.

Ook zijn bestuurlijke bemoeienis met de Coöperatieve Boerenleenbank en het Groene Kruis tonen zijn sociale bewogenheid. Het was immers vooral de gewone man met de kleine beurs die hiervan profiteerde, ongeacht geloofs- of levensovertuiging. Heel erg teleurgesteld was hij, toen in 1933 een tweehonderd leden bedankten voor het lidmaatschap van het Groene Kruis in verband met de oprichting van een Vereniging voor Christelijke Wijkverpleging. In die hoogtij dagen van de verzuiling zal het voor een overtuigd liberaal van de oude stempel weleens moeilijk zijn geweest, dat niet iedereen zo dacht als hij.

Vanwege zijn bestuurlijke functies moest Marius regelmatig vergaderen in de cafés. Als er dan na de koffie een borreltje werd geschonken, bestelde hij altijd een glas jenever. Maar uitsluitend van het merk Bols. Als caféhouder Jan de Vries van het café De Linde op Steenbergen dit dure merk niet voorradig had en wat anders schonk, dan viel hij steevast door de mand bij kenner Tonckens. Hij zei dan: “Jan, dit is geen Bols”. En had het voor de rest van de avond bij Tonckens goed verbruid.

Voor de jeugd had Marius Tonckens een zwak. Toen hij in 1923 zijn zilveren ambtsjubileum vierde, trakteerde hij de schoolkinderen op een reep chocola en een zakje bruidssuikers. Beducht voor ondoordacht geld uitgeven, met name door jongeren, was hij zeer terughoudend in het afgeven van vergunningen voor dans- en feestavonden. Ook bij zijn afscheid toonde hij deze karaktertrek. Toen hem ter ore kwam dat de inwoners hem een afscheidscadeau wilden aanbieden, bepaalde hij dat er per gezin niet meer dan een kwartje gegeven mocht worden vanwege de crisis. Van de opbrengst is de monumentale bank aan de rand van de vijver in de Falieberg geplaatst.

Per 27 juli 1934 moest burgemeester Tonckens terugtreden. De wet luidde dat burgemeesters na hun 65ste jaar niet meer voor herbenoeming in aanmerking kwamen. Zelf wilde hij nog wel doorgaan. Voor zijn langdurige diensten als burgemeester werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en de gemeenteraad verraste hem door de weg naar het Westerveld voortaan de Burgemeester Tonckensstraat te noemen. Veel sprekers staken de loftrompet in de laatste raadsvergadering over Tonckens, die volgens de Meppeler Courant zichtbaar ontroerd was. Diezelfde krant stelde ook dat Zuidwolde in de persoon van Marius Tonckens één der beste burgemeesters van Drenthe had gehad en dat het wel niet mogelijk zou zijn een betere te vinden voor Zuidwolde.

Bezittingen

Marius Tonckens bezat grote hoeveelheden onroerend goed. De onroerende goederen kunnen in grote lijnen in drieën worden onderverdeeld. Een deel is verkregen door vererving binnen de familie Tonckens, een ander deel werd verworven door aankoop van vader Joachimus Lunsingh Tonckens. Tenslotte heeft Marius Tonckens zelf de Falieberg in Zuidwolde gekocht. Het onroerend goed dat door vererving binnen de familie Tonckens is gekomen, bevindt zich hoofdzakelijk bij Huis ter Heide in de voormalige gemeente Norg. Het bestaat thans uit bossen en landbouwgrond. De bezittingen bij Stuifzand werden vooral verkregen via aankoop door Marius zijn vader. Dit gebied was hoofdzakelijk bos en ontgonnen tot landbouwgrond. Voor de pachters van zijn gronden had Marius veel belangstelling, niet alleen voor het innen van de pacht, maar ook lief en leed deelde hij met hun. Zo werd bij de geboorte van kleine Roelof Koopman te Stuifzand een spaarbankboekje met honderd gulden aangeboden, alleen maar omdat deze geboren was op dezelfde dag als Marius Tonckens zelf.

De Falieberg

Hoewel we bij het woord ‘berg’ ons meestal een iets grotere berg voorstellen dan de verhoging aan de rand van het dorp, feit is dat de Falieberg reeds lang een geliefde plek is om aangenaam te verpozen. “ ’t Volk wil doar wezen.” Dit merkte Jantinus Uilenberg op bij de opening van de ijsbaan in 1962. Naar de naam hebben al veel woordverklaarders geraden, verder dan de falie, de vrouwenmantel met kap, komen ze echter niet of brengen het tot: ‘Iemand op de falie geven.’ Ook betekent Falie ‘verkeerd’. Vandaar de veronderstelling de verkeerde (onechte) berg. Want een echte berg is de hoogte natuurlijk niet. Alleen de noordzijde is vrij steil, de andere zijden zijn meer glooiend. Een prehistorische grafheuvel is de Falieberg zeker niet. Archeologen hebben niets kunnen vinden wat op menselijke aanwezigheid duidt. Voor het onderhoud van het bos zorgde jarenlang Roelof Pieter Westert, die wekelijks de paden aanharkte en de ongerechtigheden verwijderde. Tonckens was trots op zijn landgoed en ook bezorgd voor brand. Vandaar dat bij de ingang borden waren geplaatst, die het roken in het bos verbood.

Na zijn min of meer gedwongen pensionering was het dan ook geen wonder dat Marius Tonckens de Falieberg uitkoos om te gaan wonen. Bij testament bepaalde Tonckens dat de Falieberg in zijn geheel in stand moest worden gehouden en voor het publiek toegankelijk moest blijven.

Het Marius Tonckensfonds

Omdat Marius Tonckens niet getrouwd was, besloot hij zijn bezittingen na zijn dood onder te brengen in een aparte stichting. De stichting ‘Het Marius Tonckensfonds’ werd na zijn dood in 1957 opgericht. Op zijn verzoek, fungeert het bestuur van de vereniging Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (KNHM) als bestuur van Het Marius Tonckensfonds.
De doelstellingen van de stichting Het Marius Tonckensfonds zijn als volgt. Ten eerste het in stand houden van de graven van de familie Tonckens op de algemene begraafplaats te Hoogeveen. Ten tweede het verlenen van subsidies, toelagen of giften. Hiervoor kwamen in de eerste plaats in aanmerking de afdeling Zuidwolde van de Vereniging het Groene Kruis. Daarnaast konden verenigingen van de vrijzinnige richting of, als deze niet meer mocht bestaan, van soortgelijke richting een beroep doen op het fonds. Deze verenigingen moesten wel gevestigd en werkzaam zijn in de gemeente Zuidwolde. Ten derde kwamen verenigingen die de culturele en economische vooruitgang van Zuidwolde bevorderen, voor een bijdrage in aanmerking. En tenslotte kunnen uit het fonds studiebeurzen verstrekt worden aan jongens en meisjes uit de voormalige gemeente Zuidwolde.

Verdeelcommissie

Voor het toewijzen van de subsidies is een commissie van drie personen ingesteld, de verdeelcommissie. De leden van deze commissie moeten woonachtig zijn in de (voormalige) gemeente Zuidwolde en tot de vrijzinnige richting behoren. Hun benoeming geschiedt door de kantonrechter op verzoek van het bestuur. Eerdere leden van de commissie:

F. Wemmenhove

notaris H.L. Nijdam

A.H. Robaard

J.H. Dijkman

H. ten Kate

De eerste uitkeringen vonden plaats in 1976, negentien jaar na de dood van Marius Tonckens. Ondertussen, in 2019, ligt het in totaal uitgekeerde bedrag al ruim boven de miljoen euro. Een aantal grotere projecten, die tot stand zijn gekomen door subsidies van Het Marius Tonckensfonds zijn: de muziekkoepel op het Kerkplein, het dierenparkje achter het Tonckenshuys, een schuur bij Museumboerderij De Wemme, vele banken in en om Zuidwolde, inrichting van de Marius Tonckenszaal in De Boerhoorn, inrichting van ontvangstruimte (‘De Burgemeester’) van het nieuwe Tonckenshuys en als laatste de zonnepanelen op de dorpshuizen.

De gedane uitkeringen scheppen alle vertrouwen dat de Stichting ‘Het Marius Tonckensfonds’ de Zuidwoldiger gemeenschap nog tot in lengte van jaren zal kunnen laten profiteren van het vele goede dat Marius Tonckens niet allen met Zuidwolde voor had, maar ook werkelijk heeft gedaan.

De huidige leden van de verdeelcommissie zijn:

Drs. J.M. Dekker, voorzitter

G. ten Kate, lid

H.A. Tissing, lid